Het is halfnegen 's avonds.
Je bent klaar met eten. Je maag zegt stop. Maar je staat toch bij de kast. Niet omdat je honger hebt. Je weet zelf ook niet precies waarom.
Je pakt iets. Je legt het terug. En je pakt het uiteindelijk toch. En dan begint het weer. "Waarom doe ik dit? Dit was de laatste keer en morgen begin ik opnieuw."
Je dacht: als de operatie achter de rug is, komt de rust vanzelf. Maar nu eet je minder en denk je er meer aan dan ooit. Je dag begint met hoop en eindigt met spijt, en de dag erna begin je gewoon opnieuw.
Herken je dit?
Je hebt jezelf beloofd geen chocolade meer doordeweeks. Op woensdag eet je alsnog een hele reep.
Je hebt een lunch buiten de planning gehad. De rest van de dag compenseer je.
Je staat op de weegschaal vaker dan je wilt. In de hoop dat het meevalt. Maar de onrust zit niet op de weegschaal. Die zit in je hoofd.
Je bent moe van jezelf toespreken. En nog vermoeider van jezelf teleurstellen.
Na elke eetbui komt niet alleen de spijt. Ook de angst: "Wat als ik straks weer alles aankom?"
Je bent uitgeput van het vechten. Dat komt niet door een gebrek aan discipline. De operatie veranderde je maag, maar je hoofd draait nog op het oude script. En zolang dat script niet verandert, blijf je terugvallen. Met of zonder maagverkleining.






















